Osteoporose

Osteoporose

Osteoporose wordt gedefinieerd als een systemische aandoening van het skelet gekarakteriseerd door een lage botmassa en verslechtering van de microarchitectuur, met als gevolg een toegenomen risico op fracturen.

     

Op deze afbeeldingen kunt u zien dat het gezonde, normale, bot bestaat uit dikke, met elkaar in verbinding staande trabeculae. Dit in tegenstelling tot het osteoporotische bot, dat dun is en waarvan een aantal verbindingen verbroken zijn. Van belang is dat de ziekte niet langer beschouwd wordt als louter een probleem van de botdichtheid. Er zijn meer factoren die de botsterkte – en daarmee het fractuurrisico – bepalen: zoals botresorptie en de architectuur van het bot. Dit is te vergelijken met een stalen brug. Niet alleen de hoeveelheid staal maar juist ook de constructie ervan bepaalt de kwaliteit en de sterkte van de brug. Hetzelfde kan men zeggen over BMD en botarchitectuur. 

Het is bij osteoporose vooral van belang om de gevolgen te bekijken: fracturen die snel achter elkaar kunnen optreden. Deze opeenvolging van fracturen is typerend voor osteoporose. Vanaf het optreden van de vroege, eerste perifere fractuur tot de eerste wervelfractuur en dan uiteindelijk de heupfractuur. De progressie van de ziekte vanaf het optreden van de eerste wervelfractuur kan zeer snel verlopen. Daarom is het belangrijk om osteoporose vroegtijdig op te sporen, zodat gerichte behandeling ingezet kan worden.

Referenties: 
1. Consensus Development Conference: Osteoporosis prevention, diagnosis, and therapy, JAMA 2001; 285: 785-795 
2. Mosekilde et al, Bone Miner 1990; 10: 13-35